Fleetmarking als volwaardig middel voor designers

24 juni 2024

Fleetmarking als volwaardig middel voor designers 

Een voertuig is onderdeel van een breder imago en huisstijl. Kleuren en logo’s van bekende organisaties herken je direct op straat. Ze versterken het imago dat de organisatie wil uitstralen. Denk aan grote commerciële bedrijven, maar ook aan overheids- en maatschappelijke organisaties, zoals de Politie, Wegenwacht en nutsbedrijven. 

Toch was dat niet altijd zo. Fleetmarking, het bestickeren van wagenparken, heeft in de weg naar volwassenheid veel ontwikkelingen doorgemaakt. In huisstijlhandboeken van designers stond in de jaren ’70 en ’80 het wagenpark ergens achteraan, of onder ‘overig’ met de huisstijl opgetekend op een enkel voertuig. Briefpapier, advertenties, beursstands, kleding, vlaggen en andere uitingen vond men toen véél belangrijker. 

 

Dat was ook helemaal niet zo gek. Een voertuig werd vooral functioneel ingezet om je te verplaatsen van A naar B. Maar die tijden veranderden. Voor veel organisaties is het wagenpark vandaag de dag een verlengstuk van het kantoor of werkplaats. Bedrijfswagens van vooral technische bedrijven zijn compleet ingebouwd met kastjes, laptopbureaus en mobiele werkbanken. Daarmee is ook de omvang van het wagenpark toegenomen, letterlijk en figuurlijk. Bedrijfsbussen en vrachtwagens zijn groter dan personenautos en daarmee ook prominenter in het straatbeeld aanwezig. Ze concurreren om het beeld op straat – met elkaar, en met andere beelden in het publieke domein. Overal staan immers billboards, gebouwen, voertuigen en (verkeers)borden. Voertuigen vragen daarom van ontwerpers een bijzondere aanpak 

 

Hoe gingen designers daarmee om? 

Aanvankelijk voorzagen designers het wagenpark van een logo of een uniforme kleur. Maar wij merkten dat de rol van het wagenpark groter werd. Van ‘overig’ in het huisstijlhandboek naar een eigen hoofdstuk. Het leidde tot een aantal interessante ontwikkelingen. In ons artikel ‘Van voertuiglak naar wrap en e-paper’ beschreven wij al de innovatie van Total Design om een voertuig in een paarse kleur te ontwerpen.  

Het was in 1988 dat Studio Dumbar een vernieuwend design presenteerde voor het wagenpark van de NOB (Nederlands Omroepproduktie Bedrijf, het facilitair bedrijf van de publieke omroep).  

Het was een gedurfde stijlbreuk met de standaard horizontale lijnen op vrachtwagens in de transportwereld vaak versterkt met naar voren gerichte pijlen. Binnen Omnimark noemen we deze stijl ‘met de wind mee’. Toepasselijk als het gaat om transport, maar niet onderscheidend in het straatbeeld.  

Het compleet overspuiten in zilvergrijs metallic met glanslak was een dure operatie, maar opzienbarend was de introductie van een verticale lijn en zwarte achterkant op hun zendwagens. De voorkant van de vrachtwagen was lichtgrijs en de achterkant zwart. De wagens werden snel herkend in het straatbeeld en op locaties voor tv-opnames vormden zij een sterk imago voor het NOB in die tijd.  

Een element dat vooral in de jaren ’90 en ’00 populair werd, was de swoosh. Dit is een golvende lijn, waarvan het Nike-logo een goed voorbeeld is. De swoosh zorgde voor een dynamische en informele uitstraling. Eén van onze opdrachtgevers, een woonstichting, had onderzoek gedaan naar haar imago en concludeerde dat bewoners hun organisatie als formeel en bureaucratisch zagen. Met een cultuuromslag wilden zij de organisatie toegankelijker maken. Dit moest blijken uit gedrag van medewerkers, een meer persoonlijke manier van dienstverlening én een opgefrist imago. De rechte baan op de bedrijfswagens werd vervangen door een meer vriendelijke swoosh.